Zomer 2019: niet goed, niet slecht

Ons wijnjaar 2018 was zó uitzonderlijk goed dat het in 2019 alleen maar minder leek te kunnen zijn. En dat klopt ook. Toch is het zeker geen slecht wijnjaar.

In het voorjaar leek alles goed te gaan en leek zelfs de nachtvorst ons geen parten te spelen. Helaas echter: op zondag 12 mei zijn we nog in de wijngaard aan de slag geweest en hebben we de weersvoorspellingen nog gecheckt. Het zou twee graden boven nul blijven; geen noodzaak om te sproeien. Ook onze vrienden van de wijnmakers hadden dezelfde afweging.

Helaas, helaas. Het bleek die nacht toch zo’n 2 a 3 graden onder nul.

An sich viel bij ons de schade nog wel mee, getuige bovenstaande foto. Aan de randen van de wijngaard zag het er helaas wat minder goed uit, en ook de latere misbloei van de Solaris wijten we aan vorstschade.

Echter: ook even gaan buurten bij de wijnmakers, een kilometer verderop. En daar was het één grote droevenis en was er amper nog een groen blaadje te vinden. Dat verschil was wel opmerkelijk. Oorzaak is danwel dat daar de koude lucht meer in een ‘dal’ in de wijngaard is blijven hangen. Kan echter ook komen doordat ik de nacht ervoor nog lang buiten heb gezeten, bij de vuurton. Die heeft deel van de nacht doorgebrand. Natuurlijk niet genoeg om de hele wijngaard te verwarmen, maar misschien wel om luchtlagen in beweging te houden.

Hoe dan ook: vooral bij de wijnmakers was dat geen fijne start: het werk moet nog beginnen en dan is de kans al groot dat het ‘niets wordt’. Uiteindelijk bleek dat overigens ook bij de wijnmakers erg mee te vallen en leverde de tweede uitloop aanmerkelijk meer druiven dan verwacht, die bovendien goed rijp zijn geworden.

In de tussentijd hebben we nog een belangrijke ontdekking gedaan: de functie van de draden in de wijngaard 😉 :

Vol vertrouwen gingen we de zomer in, gesteund door onze wijngaardvrienden die ondermeer begin juli hielpen bij het ontbladeren.

Dat ontbladeren heeft een functie: het zorgt ervoor dat, bij regen, zowel het blad als de druiven sneller droog zijn; vermindert zo op natuurlijk wijze het risico op schimmelvorming. Daarnaast zorgt de zon dat de schil wat dikker wordt. Dat heeft bij de blauwe druiven en de (roze) gris het voordeel dat het suzuki fruitvliegje er minder makkelijk in kan boren.

Ontbladeren levert echter ook een nadeel: net als de menselijk huid kan ook de schil van een druif ‘verbranden’, en dan blijft er van de druif niets over. We doen dat ontbladeren echter al jaren en hebben nooit last gehad van zonnebrand. Dus dat was ook de instructie aan de hulptroepen: ben niet bang dat je teveel weg haalt, da’s zelden een probleem.

Helaas, helaas. De dag dat we zelf vertrokken voor vakantie (alsook de dag erna) bleken de warmste sinds het begin van de metingen, met temperaturen tot zo’n 41 graden. En bovendien enorme zonnekracht.

Het gevolg was dat de Cabernet Cortis en de Solaris uiteindelijk volledig verbrand zijn:

Nou.. volledig: een enkel trosje dat wat hoger in de bladbeschutting zat heeft het overleefd, maar dat zijn er amper een paar.

Ook de cabertin heeft een flinke tik gehad, maar daar zullen we nog wel wat van kunnen oogsten, pakweg een kwart van de normale hoeveelheid.

Tijd voor wat vrolijker berichten, want gelukkig hebben zowel de Souvignier Gris en de Johanniter het natuurgeweld van 2019 uitstekend doorstaan. Hier en daar een verdroogd besje, maar dat mag amper een naam hebben:

Ondertussen, met dank aan buurman John, de wijnpers wat steviger op z’n pootjes gezet (toch handig, zo’n shovel!).

En op 22 september de rode wijnen van 2018 gebotteld. In twee varianten:

  • een mono cepage van Cabernet Cortis, waarvan 50% een half jaar op jong eiken gerijpt heeft
  • een blend van voorgaande en 50% Cabertin, eveneens met een half jaar eikenrijping.

We zijn behoorlijk content met het resultaat: onze eerste (drinkbare ;)) rode wijn van eigen druiven.

Enfin, al met al is het zeker geen slecht jaar, met een heel redelijke opbrengst en bovendien prima kwaliteit. De zuurwaarden zijn mooi laag en vooral de Cabertin en Gris hebben een mooie 100 Oe aan suiker, goed voor een alcoholpercentage van zo’n 13%!

Volgende stap is het oogsten, en dat gaat op 12 oktober a.s. gebeuren.

foto’s van de oogst 22 september

Op 22 september een ‘zware oogstdag’ van maar liefst drie rassen: de Cabernet Cortis, Cabertin en bovendien ook nog eens de Johanniter. Die laatste zouden we normaal nog even hebben laten hangen (zag er nog fantastisch uit!) maar de zuurgraad bleek erg snel te dalen. Daarom toch maar eraf…

Later op de dag helaas toch wat minder goed weer: de laatste rij Johan werd geplukt in de stromende regen… Dank aan alle plukkers voor het volhouden!
Gelukkig voor afgelopen vakantie een ‘shelter’ gekocht die uitstekende diensten deed tijdens het persen.

2018 wordt een absoluut top-jaar!

Tsjonge jonge, wát een zomer! Ook voor de druiven. En tuurlijk: het is pas zeker als het in het vat zit, maar langzaam maar zeker durven het toch echt wel te zeggen: 2018 wordt een topjaar, zowel kwalitatief als kwantitatief.

Afgelopen zaterdag, 8 september, de Solaris geoogst. Niet eens zo heel veel vroeger als vorig jaar (3 september) maar wel met véél beter waarden. En veel meer volume bovendien:

Vorig jaar hadden we een suikergehalte van 84Oe en 9 g/l zuur op een totale opbrengst van 56 kg.

Dit jaar hebben we 104 Oe, 6 g/l zuur en totaal 230 kg. Voor de Solaris (die altijd wel ergens last van heeft) heel veel. Uiteindelijk staat er nu zon 120 liter in de kelder te gisten.

Overigens moest de druif er nu echt wel af: door het hoge suikergehalte wordt de schil van de druif aangetast en waren er al een hoop druiven aan het ‘verkrenten’. Overigens zonder ongewenste schimmels; dus die krentjes hebben we nogenoeg integraal meegeperst. Daar komt weliswaar weinig sap van af, maar het draagt wel iets bij tot het suikergehalte (want die krenten waren 160 Oe of hoger).

Wat betekent dat nou, die 104 Oe? Dat we zonder suiker toe te voegen tot een alcoholpercentage komen van 13 a 13,5. Het zuurgehalte is echter wel aan de lage kant. Tijdens de vinificatie zal daar nog een gram af gaan, en lager dan 5 willen we het toch niet in de fles hebben. Goede kans dat we t.z.t. zullen besluiten toch wat te blenden met Johanniter, ook om te voorkomen dat de alcohol gaat overheersen. Enfin, luxe probleem; we zijn bij met deze waardes.

En ook de overige druiven doen het erg goed. Van de cabertin verwachten we zo’n 150 a 200 kg te oogsten. De Johanniter, Cabernet Cortis zullen ruim 300 kg opleveren, de Suvignier Gris misschien wel 400. ALS de suzuki fruitvlieg ons met rust laat tenminste!

De suiker/zuurwaardes van de overige druiven op dit moment:

  • Joanniter 78Oe/8 g/l
  • Gris 82 Oe/9 g/l
  • Cabernet Cortis 84Oe/7,8 g/l
  • Cabertin 82Oe/10 g/l

Verwachting op dit moment is dat we de beide blauwe druiven op 22 sept gaan oogsten, de Johan en Gris een week later.

Hieronder wat prenten van afgelopen weekend. Met dank aan alle helpende handen!

we gokken er op!

Yep! We gokken er op.. dat het niet meer gaat vriezen. Op dit moment hebben we qua weer weliswaar even een dipje, maar voor de komende weken ziet het er erg goed uit:

Tot en met ijsheiligen vorstvrij; dan zal dat volgens de overlevering ook daarna zo zijn (zie wikipedia). Weliswaar weten we dat die overlevering niet helemaal klopt: drie jaar geleden hadden we half juni nog min zes op 1 meter hoogte.. Maar.. als gezegd: we gokken erop.

En dat betekent werk aan de winkel. Afgelopen week de reeds klaarliggende 200 meter slang weer opgeruimd (voor de sproeiers, als het zou gaan vriezen). En afgelopen week alle ‘reserve-takken’ verwijderd:

Zoals je ziet is na de wintersnoei telkens één uitloper aangebonden, maar staat er ook nog eentje rechtop. De gedachte is dat de vorst ‘van onderen’ komt en dat die rechtopstaande misschien nét wat minder schade zou hebben. Nu het gevaar geweken lijkt vreten die extra uitlopers echter alleen maar extra energie. Dusss… d’r af!

En bovendien: stammen poetsen:


Ook al zijn deze solarisstokken inmiddels 10 jaar oud: nog steeds zien we tientallen knoppen op zowel onderstam, stam als kop. Als je die laat zitten zijn het binnen enkele weken flinke takken. Ook dat kost energie. Niet alleen de plant, maar ook onszelf. Nu kun je de knopjes en kleine uitlopers er nog met minimale inspanning ‘aftikken’ en rollen. Is alleen wat vervelend voor je rug.

We hebben de stammen van de solaris en johanniter gepoetst; dat zal over een paar weken nog een tweede keer moeten; en dan pakken we ook de andere drie rassen mee.

Bovendien hebben we eindelijk iets gedaan dat we al jaren van plan waren: onze onderste lei-draad zat eigenlijk net iets te hoog. Daardoor lastig om de jonge uitlopers de goede kant op te sturen. Als je goed kijkt zie je op de palen ‘uitzetijzers’ zitten. Dat waren er twee, we hebben er nu een extra geplaatst en de bovenste draad daardoor een kleine meter lager kunnen plaatsen. Tegen de tijd dat de uitlopers de tweede leidraad passeren gaat de onderste draad weer naar boven.

Daarnaast het laatste snoeihout ritueel verbrand: die rookwolken zorgen voor een stukje extra opwarming van de aarde, en dat zorgt er weer voor dat we geen last hebben van nachtvorst 😉

En of het allemaal nog niet genoeg werk was ook nog met de bosmaaier het inmiddels flink groeiende onkruid tussen de stokken verwijderd alsook een rondje met frees gelopen. Met als gevolg dat de wijngaard nu helemaal klaar is voor wat een mooi wijnjaar belooft te worden!

Binnenkort de oogst van 2017 bottelen!

En…. voor wie wil begrijpen waarom we zo blij zijn dat we dit jaar vermoedelijk geen nachtvorst ellende zullen hebben: zie http://www.dehinn.nl/wijnboer-zijn-is-niet-altijd-romantisch/

Stinkende vrouwtjes

Als we in de wijngaard aan de slag zijn drinken we daar vaak een glas wijn bij. Tijdens het werk staat zo’n half gevuld glas dan even onbeheerd en onbewaakt. Zeker in de late zomer en vroege najaar heb je dan kans dat er bij terugkomst één of meerdere fruitvliegjes in zwemmen.

Zelf hoef ik ze dan niet eens te hebben gezien: zodra ik m’n neus boven het glas heb ruik ik zo’n vliegje onmiddellijk. Als ik dat dan zeg wordt ik nog wel eens ongelovig aangekeken. In twijfel lette ik er een volgende keer extra op en bleek ik ineens de aanwezige vlieg helemaal niet op te merken. Hè… ik ben toch niet gek… Of was het nu toch een soort van inbeelding of snobisme?

Paar weken geleden hoorde ik tijdens een Radio2 programma over eten en drinken een luisteraarsvraag hierover. De deskundige die de vraag beantwoordde vond het allemaal maar onzin en verklaarde het ruiken van een fruitvliegje tot broodje aap: “dat kán helemaal niet”. Het was dat ik op dat moment aan het grasmaaien was anders had ik ze meteen gebeld!

Gelukkig heeft de Zweedse landbouwuniversiteit uit Upsula nu het antwoord: alleen de vrouwtjes stinken! En goed ook.

Het blijkt namelijk dat de vrouwelijke fruitvliegjes een sterk geurend sexferomoon afscheiden. Dat gebeurt met een tempo van 2,4 nanogram per uur en één nanogram zou voldoende zijn om het te ruiken. Nou… gegeven mijn persoonlijke slokfrequentie vermoed ik dat enkele tiende nanogrammen al voldoende is 😉

Volgens het onderzoek blijft die geur ook aanwezig als de vlieg verwijderd is en is het er zelfs in de vaatwasser moeilijk af te krijgen.

Over dat laatste heb ik m’n twijfel: mijn ervaring is dat de geur nagenoeg verdwenen is als je het vliegje uit het glas hebt gehaald. Bij het onderzoek werd gewerkt met een synthetische versie van het feromoon. Ik vermoed dat in de werkelijke situatie het feromoon aan het vliegje blijft kleven. Gezien de functie ervan (mannetjes lokken) is dat biologisch gezien ook wel logisch.

Daarnaast ben ik ook wel erg benieuwd hoe het komt dat de één het heel sterk ruikt, de ander eigenlijk helemaal niet. Kan me niet voorstellen dat het louter aan reukvermogen ligt. Ik bevind me veelal in gezelschap van behoorlijk ‘geoefende neuzen’ immers.

Mogelijk is het gewoon seksuele geaardheid en biologisch bepaald. Tijd om uit de kast te komen: ik val op fruitvliegjes! En dan vooral op fruitvliegjes die van wijn houden…

 

Klik HIER voor meer info over het onderzoek

Met dank aan Domein de Wijngaardsberg die via facebook op dit onderzoek attendeerde.

tussen de oogsten….

Bovenstaande foto symboliseert het weer van de afgelopen weken. Veel regen en nu en dan wat zon. En dat heeft uiteraard ook z’n effect op de druiven. Inmiddels hebben we het eerste ras (van de vijf) geoogst en zijn we in gespannen afwachting wanneer de rest er af kan/mag/moet. Weer even een (uitgebreide) update:

Solaris

Ofschoon we hem eigenlijk nog wat langer hadden willen laten hangen zagen we dat de Solaris het niet lang meer vol zou houden.. De zwartrot groeide gestaag door en de opbrengst was (door de vorstschade) al niet best. Zoals vaker heel kort dag (op 2 sept) besloten de resterende druiven er op 3 september af te halen. Met inderdaad een ietwat schamele opbrengst van 56 kg niet super-fraaie druiven.

Vanwege de geringe opbrengst ditmaal ons ‘oude persje’ maar weer eens van stal gehaald. Want in de grote pers zouden we amper de bodem bedekken!

 

Het suikergehalte van 84Oe is wel aardig (maar we hadden op 100 gehoopt); met 9 g/l bovendien voor de solaris wat aan de zure kant. Ergo: niet 100% rijp, maar we doen het er maar mee. Na voorklaring zo’n 32 liter sap.

For the record:

  • na de voorklaring, voor de gist-toevoeging Siha Opti White toegevoegd. Zou moeten bijdragen tot meer complexiteit, vollere smaak en kleurstabiliteit. En bovendien niet alleen de frisheid en elegantie bevordert maar bovendien oxidatie tegengaat. Nou.. dat belooft toch wat. Het is voor het eerst dat we dit gistpreparaat toepassen.
  • Als gist hebben we ditmaal gekozen voor de Lalvin CY 3079 YSEO. Zou moeten bijdragen tot een romige wijn met aromatische fruittonen; bedoeld voor de ‘Bourgogne’ achtige witte wijnen. En aangezien we daar erg van houden sturen we graag die kant op. Bovendien is het gist ondersteund door de ‘gist-anabolen’ Lalvin Go-ferm’. Maakt het recept voor de gisttoevoeging ietwat ingewikkeld maar zou vorming van ongewenste nevenproducten moeten voorkomen.
  • Na enkele dagen hebben we de gisting bovendien versterkt door enkele toevoegingen van Uvavital; pokon voor de gist en (later) diammoniumfosfaat (DAP) – eveneens gistvoeding (maar stuk minder duur 😉 ).
  • Vlak voor het eind van de gisting bovendien, ook voor het eerst, Panzym Fino G toegevoegd. Een enzym dat zorgt voor extractie van mannoproteïnen. Het stabiliseert de wijn, aroma’s ontwikkelen zich beter en het mondgevoel neemt toe.
  • Op het eind van de gisting, na ca twee weken de malocid toegevoegd. Dat zijn bacteriën die een malolactisch gisting moeten bevorderen en zo het wat scherpe appelzuur om moeten zetten in melkzuur. Het verlaagt het zuurgehalte daarmee ietwat en maakt de wijn ‘ronder’ en voller. Juist bij niet volledig rijpe druiven hebben we vaak te veel appelzuur; zodoende. ook afgelopen jaren hebben we Malo toegepast overigens.

De overige druiven

We hebben dit jaar extra onze best gedaan de wijngaard onkruidvrij te maken. Dat was geen sinecure: na terugkomst van drie weken vakantie groeide het spul hier en daar zelfs de trossen in, zo hoog stond het. In de ‘paden’ direct langs de trossen wil dat nog wel door er tweemaal met de frees overheen te gaan. Maar ook tussen de stokken moest het echt weg. Dus de bosmaaier maar eens ter hand genomen; en dat ging an sich best goed. Maarrr.. nadat mijn mooie Stihl jaren geleden bij een insluiping gestolen werd moesten we het doen met een ratelende en trillende chinese kloon waarbij je het zweet al op de rug hebt staan voor je dat kreng gestart hebt.

Daarom nu toch maar geïnvesteerd in een professionele Husqvarna bosmaaier op accu. Kost een paar centen maar WAT  een genot is dat! Veel lichter en stiller en nog sterker ook! Ik kan het de meelezende wijngaardeniers van harte aanbevelen!

En ondertussen ligt de wijngaard er strakker bij dan ooit in deze tijd van het jaar:

Overigens is die onkruidverwijdering niet zozeer van belang omdat het er dan mooier uit ziet (wat beslist waar is). Het gaat er vooral om de schuilplekken voor de suzuki fruitvlieg maximaal te beperken. En dat vochtige hoge onkruid vindt hij heerlijk. Want inderdaad: we hebben ook dit jaar met dat pokkebeest te maken, met name bij de Cabernet Cortis, en vooral aan de zuidzijde van de wijngaard (nabij de houtwal dus – die ik komende winter qua lage begroeiing ga aanpakken).

Normale fruitvliegjes leggen hun eitjes alleen in overrijp en rottend fruit. Dit kreng doet het ook in nog niet rijpe vruchten; leidend tot zogenaamde ‘azijnsteek’. Vorig jaar hebben we om die reden de Cortis geforceerd vroeg moeten oogsten. Gevolg van die (te) vroege oogst is dat er uiteindelijk in de wijn teveel methoxypyrazines in zitten; leidend tot een paprikasmaak (typisch bij onrijpe Cabernet – HIER een verschrikkelijk ingewikkeld verhaal daarover). De rode Cortis van vorig jaar (die nog in het vat zit) heeft daar stevig last van; bij de rosé is het amper merkbaar.

Dus ja.. wat moet je: te vroeg oogsten en weten dat je een smaakafwijking krijgt waaraan je weinig kunt doen. Of maar afwachten en zien wat er overblijft. Dit jaar kiezen we voor het laatste en hopen dat de regen de seksuele driften van de vliegjes wat tempert (want daar lijkt het wel op).

En dan hebben we, net als bij de Solaris, bij alle rassen ook nog te maken met zwartrot. Vooral Johanniter heeft er last van, daarna Cortis. De andere twee wel een beetje maar vooralsnog marginaal. Ik verwacht dat dat zich niet al te sterk zal ontwikkelen.

Maar tsja.. na al dat gesomber toch even goed nieuws: Vooral de Gris en de Cabertin staan er verder prachtig bij. Kijk eens wat een mooie trossen aan de Souvignier Gris:

En ook de Cabertin ziet er veel belovend uit. Daar hadden we vorig jaar maar iets van 60 kg. van; dat gaat dit jaar minimaal het dubbele zijn, ondanks de vorstschade.

Meten is weten

En nu zitten we in de ‘meten is weten’ fase. Om de zoveel dagen het suiker en zuurgehalte meten. Suiker meten we met een refractometer; soort van kleine verrekijker waar je een druppel sap in doet. Zuur meten we door aan een meetbuisje al druppelend blauwloog toe te voegen en te wachten op het kleur-omslagpunt:

    

Op het moment dat het sap groen/blauw kleurt heb je het omslagpunt bereikt en kun je de zuurwaarde aflezen.

Teveel zuur duidt op onrijp, maar is niet per se erg: we weten inmiddels goed hoe we met dubbelzout het zuurgehalte terug kunnen brengen. Maar het gaat (bij blauwe druiven) ook om de ‘fenolische rijpheid’. Te zien aan kenmerken als de kleur van de pitjes en steeltjes en hoe ‘bitter’ de smaak van vruchtvlees en pitten is als je er op kauwt. Ook de mate waarin de pitten nog aan het vruchtvlees zitten en of de bes makkelijk loslaat van het steeltje vormen een indicatie.

In Zuidelijkere landen is de kans groot dat je te weinig zuur hebt, en dat gaat ten koste van de wijn. Dat risico is bij ons gering; zodoende is voor ons het suikergehalte toch de belangrijkste graadmeter. Ons streven is te oogsten bij minimaal 80 Oe. Dat lukt lang niet altijd; en dan zul je dus moeten aansuikeren.

Afgelopen week gingen de blauwe vrienden (de Cortis en Cabertin) in vier dagen van ca 75 Oe naar 77 Oe suikergehalte. Heel langzaam klimmend dus, de oogst nabij. Zojuist (19 sept) echter opnieuw gemeten en we komen nu op 74 Oe. Een daling!! Hoe kan dat!??

Heel simpel: afgelopen dagen was het regen-regen-regen. En dat water wordt opgezogen en belandt ook in de druif. Die groeit ervan (hiephoi: hogere opbrengst) maar de concentratie wordt minder (jammer dan: mindere kwaliteit).

Dusss… je wilt liefst niet alleen mooi weer tijdens de oogst (dat maakt het zóóó veel gezelliger) maar ook de dagen ervoor.

Het goede nieuws:

Dat ziet er GOED uit!!!

Zoals ik het nu inschat verwacht ik 90% kans dat we op 30 september de blauwe vrienden gaan oogsten. Bovendien schat ik 40% kans dat we meteen ook de Gris en Johan mee nemen. En als dát zo is wordt het echt een heel druk weekend waarbij we wat extra handjes (die sowieso altijd welkom zijn) goed kunnen gebruiken.

Mocht je zin en tijd hebben: laat graag weten via 06-11649313 of mail me even.

 

Stand van zaken juli: de zwartrot is terug..

2017 wordt weer een heel spannend wijnjaar.

De vorst is gelukkig inmiddels achter de rug. Ondanks het nachtelijke sproeiwerk heeft die toch de nodige schade veroorzaakt, vooral aan de Johanniter en Solaris, waarvan de meeste liggers bevroren zijn. Levert naar schatting ergens tussen de 20 en 50% verlies… Gelukkig hebben de drie andere rassen er minder last van; zoals de hierboven getoond souvignier gris.

Ondanks de vele nattigheid van de afgelopen weken hebben we de meest gangbare schimmels (meeldauw en valse meeldauw) aardig onder controle weten te houden. Helaas echter steekt er nu, net als vorig jaar, weer een veel gevaarlijker schimmel de kop op: zwartrot…

De mate van infectie is vooralsnog beperkt, maar het risico is dat het zich in hoog tempo verspreidt naar andere bessen cq trossen.

Dit is het effect dat je NIET wilt:

De tros aan de stok ernaast ziet er zo uit, bijna helemaal gaaf dus:

Maar als je goed kijkt zie je ook daar enkele bruine jongens c.q. half verkleurde bessen, en da’s waar het begint. Door gericht te spuiten met Zwavel en wellicht nog wat ondersteunende middelen hopen we die uitbreiding nu tegen te houden. Dan krijg je dit effect:

De aangetaste bessen drogen uit en verschrompelen, de rest blijft ok. Vorig jaar is ons dat, na aanvankelijke paniek, gelukt. Hopen dat dat dit jaar ook zo is.

Saillant verschil is dat het nu een maand eerder optreedt dan in 2016….

Wish us luck!!!

 

Oogst 2016 zit in de fles!

Het zit er weer op, het zit er weer in! De oogst van 2016 is gebotteld (m.u.v. de rode, die nog minimaal een half jaar moet wachten..).

Gisteren zijn we reeds om 10.30 aan de drank gegaan. Bedoeling was immers op zaterdag en (paas)zondag te gaan bottelen. Maar dat moet je wel eerst bepalen wat je precies in de fles gaan doen. Wordt dat ‘mono-cepage’ of toch een blend van verschillende druivensoorten? Moet er wellicht nog wat ‘Suss-reserve’ (= puur druivensap) bij?

En dat was nog best lastig, getuige ook de foto’s van het blending-proces:

Je hoort het kraken, de twijfel spat van het scherm!

Vooral de uitdrukking van René verraadt enige twijfel over het zuurgehalte van de Johanniter:

Ondergetekende bleef in dat proces natuurlijk de rust zelve: Ach! dan doen we toch nog een beetje van dit bij!!

Al met al is de uitkomst van deze sessie dat de Souvignier Gris, Solaris en Cabertin Rosé zonder verdere manipulatie 1op1 de fles in gaan. Bij de Johanniter besluiten we echter toch 2% puur druivensap toe te voegen om de wijn iets ‘vriendelijker’ te maken.

Daarnaast hadden we in eerdere fase al een blend gemaakt van 50% Johanniter, 25% Gris en 25% Solaris; die hebben we onveranderd gebotteld.

Meest frappante was de Cabernet Cortis Rosé. Daarbij is tijdens het gistingsproces een fout ontstaan, leidend tot een soort van velpon-geur en -smaak. Aanvankelijk was de discussie of we die überhaupt zouden gaan bottelen. Maar we hebben het niet meteen door de gootsteen willen gooien en verschillende combinaties en verhoudingen geprobeerd. Uitkomst was een bijzondere combi, met toevoeging van 1,5% puur sap, 10% Solaris en 5% van de Rode Cabernet Cortis. Het resultaat mag er zijn, we denken dat het een heerlijk terrasrosé is en genoemde fout nagenoeg niet meer bespeurbaar!

Enfin, na een voedzame lunch was het tijd om te gaan bottelen, en dit is de opstelling daartoe:

Rechtsonder zie je de ‘bron’, veelal verdeeld over verschillende vaten/flessen. Die wordt door de pomp linksboven geleid door een filter geladen met steriel-platen en vervolgens naar het ‘verzamelvat’ middenboven. Vervolgens gaat, in een volgende stap de wijn via zwaartekracht naar ons nieuwe afvul-apparaatje (dat ding met de drie stangetjes). En dat ziet er dan zo uit:

En zo dan een kleine 400 flessen..

Die flessen komen natuurlijk niet uit de lucht vallen, maar worden één voor één uit de aanhanger geraapt:

En vervolgens gespoeld met sulfietwater (om te ontsmetten) en op de ‘flessenboom’ gezet (om uit te druipen):

Na het vullen moet er allicht ook nog een etiket op, da’s handig om te weten wat er in zit (zie ook verderop).

Het moge duidelijk zijn: het weer was even ‘iets frisser’ dan slechts een week eerder. Beetje fris en een straffe wind.

Maar toch kwamen de etiketten er keurig op…

Het hele proces verliep een stuk sneller dan verwacht. We hadden gerekend er twee dagen over te doen maar, ondanks dat we na alle voorbereidingen pas om 15.00 begonnen met het echte bottelen zat alles er om 21.00 in. De ‘zooi’ ruimen we morgen wel op:

De volgende dag gecapsuleerd en verzameld in de loods:

Maarrr.. wat doet die wasbenzine daar?

Zoals eerder gemeld: we hadden een briljante vondst om één etiket voor meerdere druivensoorten te kunnen gebruiken. Moet je natuurlijk wel zorgen dat je de rode stip bij de juiste druif zet; en dat je niet die twee rosé’s omwisselt.. 😉

Gelukkig is die rode stift met wasbenzine bijna helemaal weg te poetsen:

Enfin; paaszondag bracht nog een andere verrassing: er wordt komende dagen nachtvorst voorspeld. Terwijl de knoppen al aardig aan het uitlopen zijn:

Ondanks het erg wisselvallige weer daarom met Frostect gespoten (zie eerder bericht) en bovendien de sproeiers klaargezet en getest. Laat maar komen: we zijn klaar voor seizoen 2017!

Die vroege warmte, die is zeker goed voor de druiven?

Afgelopen weken enkele prachtige voorjaarsdagen gehad. Met zelfs de warmste 31 maart ooit! Heerlijk!

Het levert ook steevast de vraag op ‘da’s vast goed voor de druiven, toch?’.

Dat laatste is echter minder evident dan het lijkt. Als de druiven erg vroeg uitlopen dan is het risico op vorstschade immers ook groter. En vorst is misschien wel het allergrootste risico voor de Nederlandse wijnbouw.

Vooralsnog ziet het er voor de komende weken wel redelijk veilig uit, met een laagste temperatuur van 1 graad ’s nachts:

 

Maar tsjaa… de nacht hoeft maar net ietsje helderder uit te pakken dan verwacht en we zakken zo naar een niveau onder nul.

De knoppen en eerste uitloop kunnen nog wel iets hebben en zullen ons niet meteen in de steek laten maar het risico is er beslist wel. En al helemaal als de druiven in bloei staan (maar zover is het nog niet).

Hoe ver is het dan wel?

De foto hierboven is van de johanniter op 7 april 2017. Gevoelsmatig is dat dat een erg vroege uitloop, maarrrr… het lijkt erop dat dat meer gevoelsmatig is dan feit. De prent hieronder is namelijk van 17 april 2016; slechts tien dagen later (maar ook al verder uitgelopen).

In die zin lijkt het verschil nogal mee te vallen. De tafeldruif op de pergola (vlakbij het huis, meer beschut) is wel al wat verder, daar loopt het blad al uit.

Wat doe je ertegen?

Gelukkig hebben we vorig jaar geïnvesteerd in een flinke grondwaterpomp, waarmee we via zes grote sproeiers nagenoeg de hele wijngaard nat kunnen houden. Klinkt vreemd, maar bij het bevriezen van water komt er warmte vrij en dat kan net het verschil maken. Voortdurend sproeien gedurende de nacht zou tot circa -3 voldoende bescherming moeten bieden.

Daarnaast houden we dit jaar, voor het eerst, het middeltje Frostect (werkzamen stof: het eiwit Harpine) achter de hand. Doordat kort voor de vorst te sproeien zou je gedurende zes dagen extra bescherming moeten krijgen tot ca -4. Dit gebeurt door een reactie in de cellen; het niveau van mineralen wordt verhoogd waardoor de vorming van ijskristallen wordt voorkomen. FrosTect beschermt dus ‘van binnenuit’.

Daarnaast zal het middeltje de algemene weerstand tegen ondermeer schimmels versterken en stimuleert het de groei.

Hoe lang duurt de risico-periode?

Volgens de weerkundigen is het risico op nachtvorst na ijsheiligen (half mei) achter de rug. Meestal klopt dat wel, maar zeker niet altijd: in 2015 hadden we in de wijngaard in de nacht van 15 op 16 juni nog heftige nachtvorst. Op Vliegbasis Twente werd in die nacht -9,8 gemeten! De klimaat-extremen betreffen niet alleen warmterecords!

En als het dan toch mis gaat?

Als de knop danwel de ‘bloem’ toch bevroren raakt zul je daarop evident geen druiven gaan krijgen. Elke knop heeft echter een reserve-knop en die zal vervolgens alsnog gaan uitlopen. Echter: die nieuwe knop heeft dan een groeiachterstand van 2 a 3 weken en dat gaat het extra lastig maken de druiven goed af te laten rijpen. Bovendien levert dat ‘reserve oog’ vaak minder goede of zelfs helemaal geen vruchtzetting.

Bij de vorst in 2015 hebben we echter gemerkt dat alleen de knoppen op de ‘liggers’ bevroren waren. De knoppen op de kop van de plant (die wat later uitlopen) niet. Uiteindelijk leverde het absoluut flink opbrengstverlies maar minder ernstig dan aanvankelijk leek…

En als het wél goed gaat?

Dan zal het vroeger voorjaar mogelijk de afrijping iets vervroegen en da’s helemaal prima.

Maar, ofschoon vorst in de Nederlandse wijngaard het grootste risico is hebben we nog een lijstje ‘overige bedreigingen’:

  • echte en valse meeldauw
  • zwartrot
  • botrytis
  • wespen
  • suzuki fruitvlieg
  • hagel

Vooral de wespen baren ons reeds nu wat zorgen: er vliegen verdacht veel Koninginnen rond. Waren er vorig jaar amper wespen, dit jaar zal dat vermoedelijk omgekeerd zijn. En da’s vooral voor de Solaris potentieel slecht nieuws.

Enfin, het is elk jaar weer spannend.

 

Mooi rot is niet lelijk!

Steeds meer van onze Johanniter-trosjes zien er uit als de afbeelding hierboven. “Die kun je weggooien” is dan het eerste gevoel dat je bekruipt. Maar het tegendeel is waar.

Deze trossen hebben namelijk last van ‘edelrot‘ (Duits: Edelfäule, Frans: pourriture noble).

Edelrot wordt veroorzaakt door de schimmel Botrytis cinerea. Die schimmel kan zich manifesteren als grijsrot of edelrot. Grijsrot hebben we de afgelopen jaren vaak gezien, vooral in de Solaris. De tros wordt dan gaandeweg bedekt door een vieze schimmelende laag en van dergelijke trossen wil je inderdaad geen wijn maken.

Grijsrot komt met name voor als het in de rijpingsfase alsmaar druilerig weer is.

Zijn de omstandigheden echter gunstig dan ontstaat Edelrot. Gunstige omstandigheden zijn koele, mistige nachten, maar overdag zonneschijn. ’s Nachts kan zich de schimmel dan in de tros ontwikkelen en bouwt daar enzymen die de celwand afbreken. Daardoor wordt de celwand poreus en zal, mits de druif droog blijft, overdag een deel van het vocht in de druif verdampen. Daardoor verschrompelt de bes weliswaar maar zal de smaakconcentratie en het suikerpercentage, fors oplopen. Da’s goed te zien aan onderstaande meting, waaruit blijkt dat zo’n besje ineens maar liefst 168 Oe suikergehalte heeft (dat is het dubbele van normaal en kan zelfs nog verder oplopen!).

edelrot2

We zouden ervoor kunnen kiezen de door edelrot aangetaste druiven apart te vinifiëren. Dat levert dan een zeer geconcentreerde wijn die, vanwege het zeer hoge suikergehalte, ook nog restzoet zal bevatten. Een typische desertwijn dus. In Duitsland noemen ze het Beerenauslese, in Frankrijk Selection de Grains Nobles. Kostbare wijnen.

edelrot3

Maar… zoals je ziet op de foto bovenin hebben niet alle druiven in de tros edelrot. Kun je natuurlijk op wachten, maar dan zal het ‘vroege’ deel helemaal ingedroogd zijn en helemaal niets meer opleveren. Je zou dus bes voor bes moeten selecteren. Da’s nog wel te doen, maar daar komt nog bij dat de opbrengst zeer gering zal zijn. Minimaal de helft van het sap is immers verdampt.

Stel dat we van de Johanniter totaal 100 liter wijn zouden maken, maar dat 20% van de bessen edelrot heeft. Dat zouden we op hooguit 10 liter beerenauslese uitkomen. Na de nodige hevelingen blijft daar dan 6 of 7 liter van over… amper de moeite waard. En da’s dan ook nog een optimistisch scenario.

Dussss… waarschijnlijk gaan bij de oogst van komend weekend de ‘rotte’ bessen gewoon mee in de bulk. Zal sowieso van invloed zijn op smaak en suiker van het geheel. Maar dat het tijd is om te oogsten is wel duidelijk. Zaterdag gaat het spul er af!

(maar ik ga er nog een nachtje over slapen, want het lijkt toch ook wel een heel leuk experimentje… )