we gokken er op!

Yep! We gokken er op.. dat het niet meer gaat vriezen. Op dit moment hebben we qua weer weliswaar even een dipje, maar voor de komende weken ziet het er erg goed uit:

Tot en met ijsheiligen vorstvrij; dan zal dat volgens de overlevering ook daarna zo zijn (zie wikipedia). Weliswaar weten we dat die overlevering niet helemaal klopt: drie jaar geleden hadden we half juni nog min zes op 1 meter hoogte.. Maar.. als gezegd: we gokken erop.

En dat betekent werk aan de winkel. Afgelopen week de reeds klaarliggende 200 meter slang weer opgeruimd (voor de sproeiers, als het zou gaan vriezen). En afgelopen week alle ‘reserve-takken’ verwijderd:

Zoals je ziet is na de wintersnoei telkens één uitloper aangebonden, maar staat er ook nog eentje rechtop. De gedachte is dat de vorst ‘van onderen’ komt en dat die rechtopstaande misschien nét wat minder schade zou hebben. Nu het gevaar geweken lijkt vreten die extra uitlopers echter alleen maar extra energie. Dusss… d’r af!

En bovendien: stammen poetsen:


Ook al zijn deze solarisstokken inmiddels 10 jaar oud: nog steeds zien we tientallen knoppen op zowel onderstam, stam als kop. Als je die laat zitten zijn het binnen enkele weken flinke takken. Ook dat kost energie. Niet alleen de plant, maar ook onszelf. Nu kun je de knopjes en kleine uitlopers er nog met minimale inspanning ‘aftikken’ en rollen. Is alleen wat vervelend voor je rug.

We hebben de stammen van de solaris en johanniter gepoetst; dat zal over een paar weken nog een tweede keer moeten; en dan pakken we ook de andere drie rassen mee.

Bovendien hebben we eindelijk iets gedaan dat we al jaren van plan waren: onze onderste lei-draad zat eigenlijk net iets te hoog. Daardoor lastig om de jonge uitlopers de goede kant op te sturen. Als je goed kijkt zie je op de palen ‘uitzetijzers’ zitten. Dat waren er twee, we hebben er nu een extra geplaatst en de bovenste draad daardoor een kleine meter lager kunnen plaatsen. Tegen de tijd dat de uitlopers de tweede leidraad passeren gaat de onderste draad weer naar boven.

Daarnaast het laatste snoeihout ritueel verbrand: die rookwolken zorgen voor een stukje extra opwarming van de aarde, en dat zorgt er weer voor dat we geen last hebben van nachtvorst 😉

En of het allemaal nog niet genoeg werk was ook nog met de bosmaaier het inmiddels flink groeiende onkruid tussen de stokken verwijderd alsook een rondje met frees gelopen. Met als gevolg dat de wijngaard nu helemaal klaar is voor wat een mooi wijnjaar belooft te worden!

Binnenkort de oogst van 2017 bottelen!

En…. voor wie wil begrijpen waarom we zo blij zijn dat we dit jaar vermoedelijk geen nachtvorst ellende zullen hebben: zie http://www.dehinn.nl/wijnboer-zijn-is-niet-altijd-romantisch/

Stinkende vrouwtjes

Als we in de wijngaard aan de slag zijn drinken we daar vaak een glas wijn bij. Tijdens het werk staat zo’n half gevuld glas dan even onbeheerd en onbewaakt. Zeker in de late zomer en vroege najaar heb je dan kans dat er bij terugkomst één of meerdere fruitvliegjes in zwemmen.

Zelf hoef ik ze dan niet eens te hebben gezien: zodra ik m’n neus boven het glas heb ruik ik zo’n vliegje onmiddellijk. Als ik dat dan zeg wordt ik nog wel eens ongelovig aangekeken. In twijfel lette ik er een volgende keer extra op en bleek ik ineens de aanwezige vlieg helemaal niet op te merken. Hè… ik ben toch niet gek… Of was het nu toch een soort van inbeelding of snobisme?

Paar weken geleden hoorde ik tijdens een Radio2 programma over eten en drinken een luisteraarsvraag hierover. De deskundige die de vraag beantwoordde vond het allemaal maar onzin en verklaarde het ruiken van een fruitvliegje tot broodje aap: “dat kán helemaal niet”. Het was dat ik op dat moment aan het grasmaaien was anders had ik ze meteen gebeld!

Gelukkig heeft de Zweedse landbouwuniversiteit uit Upsula nu het antwoord: alleen de vrouwtjes stinken! En goed ook.

Het blijkt namelijk dat de vrouwelijke fruitvliegjes een sterk geurend sexferomoon afscheiden. Dat gebeurt met een tempo van 2,4 nanogram per uur en één nanogram zou voldoende zijn om het te ruiken. Nou… gegeven mijn persoonlijke slokfrequentie vermoed ik dat enkele tiende nanogrammen al voldoende is 😉

Volgens het onderzoek blijft die geur ook aanwezig als de vlieg verwijderd is en is het er zelfs in de vaatwasser moeilijk af te krijgen.

Over dat laatste heb ik m’n twijfel: mijn ervaring is dat de geur nagenoeg verdwenen is als je het vliegje uit het glas hebt gehaald. Bij het onderzoek werd gewerkt met een synthetische versie van het feromoon. Ik vermoed dat in de werkelijke situatie het feromoon aan het vliegje blijft kleven. Gezien de functie ervan (mannetjes lokken) is dat biologisch gezien ook wel logisch.

Daarnaast ben ik ook wel erg benieuwd hoe het komt dat de één het heel sterk ruikt, de ander eigenlijk helemaal niet. Kan me niet voorstellen dat het louter aan reukvermogen ligt. Ik bevind me veelal in gezelschap van behoorlijk ‘geoefende neuzen’ immers.

Mogelijk is het gewoon seksuele geaardheid en biologisch bepaald. Tijd om uit de kast te komen: ik val op fruitvliegjes! En dan vooral op fruitvliegjes die van wijn houden…

 

Klik HIER voor meer info over het onderzoek

Met dank aan Domein de Wijngaardsberg die via facebook op dit onderzoek attendeerde.

een wisselvallig weekend!

Nee.. 2017 zal niet als top-wijnjaar de boeken in gaan. We zijn achtervolgd door diverse soorten malheur. En toch alles bijeen zo’n 240 liter druivensap. Qua zuurgehalte goed rijp; maar we zullen wel moeten aansuikeren. Wat is er gebeurd de afgelopen dagen?

Zoals in het vorige bericht al aangegeven: we hebben op 30 september de Cabernet Cortis en Cabertin geoogst. Alleen… in dat bericht stond ook een prachtige weersvoorspelling van de dagen voor en tijdens de oogst. Dat klopte ‘niet helemaal’. Veel regen tijdens de dagen voor de oogst en vooral op de zaterdag zelf. In de ochtend leek het allemaal nog wel mee te vallen, maar uiteindelijk werden onze plukkers drijf en drijf nat.

Helaas kwam er een tweede tegenvaller bij. Dat de Cortis flink te duchten had onder de Suzuki-fruitvlieg wisten we al (zie vorige blog). Maar de Cabertin stond er, slechts enkele dagen voor de oogst, nog prima bij. Blijkt echter dat de Suzuki’s in de tussentijd een heuse orgie hebben gehad; leidend tot zodanig explosieve bevolkingstoename dat ook de cabertin het moest ontgelden. Stel je voor: sta je niet alleen in de stromende regen te plukken. Moet je bovendien aan werkelijk elke tros ruiken om te bepalen of hij besmet is. En áls je dan die vieze azijnsteek ruikt: of dat op te lossen is door één besje te vinden en uit de tros te wippen af dat de hele tros als verloren beschouwd moet worden. En als dat betekent dat meer dan de helft van de trossen ‘het mandje’ niet halen is zo’n dagje druiven plukken geen romantiek meer maar meer een klote-klus. Grote dank aan onze ‘extra handjes’, Edwin, Sander, Erik en José, dat ze het ondanks het uiterst beroerde weer tóch volgehouden hebben! We hebben er echter maar geen foto’s van gemaakt 😉

De Gris en Johanniter wilden we eigenlijk pas 2 a 3 weken later oogsten. Maar bij inspectie bleek dat de gezondheid van de Johanniter-druiven hard achteruit holde. En bovendien dat het suikergehalte afgelopen week amper gestegen was. De Gris zag er nog wel gezond uit maar was door de vele regen wat gedaald qua suiker. Het zuurgehalte van beiden was met zo’n 9,4 g/liter echter op acceptabel niveau.

Veel belangrijker was dat ook de Gris al wat last had van suzuki. En met het verdwijnen van de blauwe broeders zou dat in rap tempo toenemen. Tijdens de lunch besloten we ook de Gris en Johanniter te gaan oogsten..

Maarrr.. met een blik naar buiten en op buienalarm zonk de moed ons compleet in de schoenen. En bovendien verwachtten we eind van de middag ook nog een delegatie van de Lions-club Wierden om, ter gelegenheid van het jaarlijkse ‘walking diner’, bij ons het aperitief te komen drinken. Toen we vervolgens zagen dat het zondag alsnog droog en zonnig zou worden; en ook de hulptroepen daar een duidelijke voorkeur voor uitspraken werd al snel besloten de tweede helft een dag uit te stellen. De schamele 30 kg Cortis en 60 kilo Cabertin (waar ik 150 verwacht had!) hebben we in de loods met de kleine pers verder verwerkt en er verder voor de zaterdag maar een punt achter gezet (afgezien van de Lions borrel allicht ;)).

De volgende dag was alles anders

Zondag dus opnieuw aan de slag… en echt prachtig om te zien hoe anders het de dag erna was. Niet alleen een stralende zon en heerlijke temperatuur maar bovendien héél andere druiven. Wát een mooi trossen aan de Souvignier Gris. We werden er allemaal helemaal vrolijk van, dát is waarvoor je het doet! Enfin, de foto’s spreken boekdelen:

Een tevreden wijnboerin!

 

nog een tevreden wijnboerin!

 

José, net als de andere ‘handjes’ voor het eerst mee aan het plukken… “dit is pas lekker plukken: mooi weer, mooie druiven” (maar ze hield voor alle zekerheid de regenjas maar aan 😉 )

 

Helpende hand Erik. Die zelf geen wijn drinkt maar wel heel goed kan proeven; hij merkte zelfs  toegevoegde 2g/l süsreserve in onze Johanniter 2016 op. En was bij de Souvignier Gris 2016 aangenaam verrast zoveel fruit te vinden in zo’n Noordelijke wijn; Fijn compliment!

 

En ook Sander werd er helemaal vrolijk van! Da’s wel even anders dan die ellende van gisteren!

 

Niek raakte tijdens de lions-borrel enthousiast en bood spontaan z’n hulp aan. Wierdense terroir!

 

prachtige trossen in het plukmandje…

 

en nog behoorlijk veel ook; verschillende van deze emmers…. (191 kilo, leidend tot ca 100 liter wijn)

 

Volgens de traditionele taakverdeling mocht René weer aan de slinger draaien… hier worden de steeltjes van de trossen gehaald en de trossen bewust ‘gekneusd’. Zelf loop ik ondertussen buiten beeld interessant te doen met wat poedertjes en een erlenmeyer. Toevoeging van wat sulfiet en de nodige enzymen.

 

En weer even later staan zowel de Gris als de Johanniter in afgedekte vaten te wachten op wat komen gaat. Als altijd moeten we gedwongen enige uren pauzeren om de enzymen hun werk te laten doen en ondermeer de aroma’s uit de schillen te halen. Op de achtergrond ondertussen….

 

het traditionele ‘champagne-momentje’, even later gevolgd door een heerlijke lunch met de , al even traditionele, uiensoep. (v.l.n.r. Sander, Erik, Hans, René, José, Niek, Irene, Josine.) Dat sommigen wat moeilijk kijken komt niet doordat de champagne zo zuur is maar door de heerlijk fel schijnende zon… Aansluitend hebben we de oogst van de dag ervoor overgeheveld en het gist geprepareerd en toegevoegd.

 

eind van de middag gaan de druiven in de pers (ditmaal de grote!!)

 

En mag René weer aan het werk!

 

Met eind van de dag dit als resultaat…

 

Nog even de technische details:

Links de johanniter; toch nog zo’n 55 liter. Daarnaast 15 liter Cortis; daarnaast 2 x 15 liter Cabertin (beiden rosé – we hebben véél te weinig voor rood). Het kleine flesje ernaast is de ‘reminder’ dat we ook wat puur sap moeten aftappen van de Gris, als eventuele ‘Süssreserve’. De grote jonge rechts bevat zo’n 80 liter Gris. Daarnaast 2 x 16 liter Solaris, enkele weken geleden ge-oogst. Inmiddels klaar met gisten en bijna klaar met malo. En, tot slot – niet onbelangrijk: helemaal rechts, amper in beeld, een 60 liter vat voor 2/3 gevuld met Gris; maar dan alleen gekneusd en niet geperst. Ergo: met de schillen erbij. Betekent dat we die vinifiëren als ware het rode wijn. Is een experimentje waarvan we erg benieuwd zijn naar de uitkomst.

For the record de waardes van de verschillende wijnen:

  • Cortis: 74 Oe, 7,2 g/l zuur
  • Cabertin: 72 Oe, 7,4 g/l zuur
  • Gris: 72 Oe, 9,4 g/l zuur
  • Johan: 70 Oe, 9,4 g/l zuur.

In alle gevallen zullen we dus, enkele dagen na start van de gisting, wat suiker gaan toevoegen om de wijn voldoende alcohol en viscositeit te geven. Willen we eigenlijk vermijden maar is niet dramatisch; met het zuurgehalte zijn we tevreden.

Bij zowel de Cortis als Cabertin hebben we zaterdagavond vóór de bentoniet eerst actieve kool toegevoegd. We hopen dat die de eventueel toch nog meegekomen gevolgen van de suzuki mee naar de bodem trekt. De Johan en Gris gaan we vanavond overhevelen en dan kan ook daar het gist bij.

En om zelfs die droeve zaterdag een beetje vrolijkheid te geven: hier zie je dat zowel de Cortis als Cabertin inmiddels vrolijk aan het bluppen zijn.. Het op gang brengen van de gisting is perfect verlopen!

 

tussen de oogsten….

Bovenstaande foto symboliseert het weer van de afgelopen weken. Veel regen en nu en dan wat zon. En dat heeft uiteraard ook z’n effect op de druiven. Inmiddels hebben we het eerste ras (van de vijf) geoogst en zijn we in gespannen afwachting wanneer de rest er af kan/mag/moet. Weer even een (uitgebreide) update:

Solaris

Ofschoon we hem eigenlijk nog wat langer hadden willen laten hangen zagen we dat de Solaris het niet lang meer vol zou houden.. De zwartrot groeide gestaag door en de opbrengst was (door de vorstschade) al niet best. Zoals vaker heel kort dag (op 2 sept) besloten de resterende druiven er op 3 september af te halen. Met inderdaad een ietwat schamele opbrengst van 56 kg niet super-fraaie druiven.

Vanwege de geringe opbrengst ditmaal ons ‘oude persje’ maar weer eens van stal gehaald. Want in de grote pers zouden we amper de bodem bedekken!

 

Het suikergehalte van 84Oe is wel aardig (maar we hadden op 100 gehoopt); met 9 g/l bovendien voor de solaris wat aan de zure kant. Ergo: niet 100% rijp, maar we doen het er maar mee. Na voorklaring zo’n 32 liter sap.

For the record:

  • na de voorklaring, voor de gist-toevoeging Siha Opti White toegevoegd. Zou moeten bijdragen tot meer complexiteit, vollere smaak en kleurstabiliteit. En bovendien niet alleen de frisheid en elegantie bevordert maar bovendien oxidatie tegengaat. Nou.. dat belooft toch wat. Het is voor het eerst dat we dit gistpreparaat toepassen.
  • Als gist hebben we ditmaal gekozen voor de Lalvin CY 3079 YSEO. Zou moeten bijdragen tot een romige wijn met aromatische fruittonen; bedoeld voor de ‘Bourgogne’ achtige witte wijnen. En aangezien we daar erg van houden sturen we graag die kant op. Bovendien is het gist ondersteund door de ‘gist-anabolen’ Lalvin Go-ferm’. Maakt het recept voor de gisttoevoeging ietwat ingewikkeld maar zou vorming van ongewenste nevenproducten moeten voorkomen.
  • Na enkele dagen hebben we de gisting bovendien versterkt door enkele toevoegingen van Uvavital; pokon voor de gist en (later) diammoniumfosfaat (DAP) – eveneens gistvoeding (maar stuk minder duur 😉 ).
  • Vlak voor het eind van de gisting bovendien, ook voor het eerst, Panzym Fino G toegevoegd. Een enzym dat zorgt voor extractie van mannoproteïnen. Het stabiliseert de wijn, aroma’s ontwikkelen zich beter en het mondgevoel neemt toe.
  • Op het eind van de gisting, na ca twee weken de malocid toegevoegd. Dat zijn bacteriën die een malolactisch gisting moeten bevorderen en zo het wat scherpe appelzuur om moeten zetten in melkzuur. Het verlaagt het zuurgehalte daarmee ietwat en maakt de wijn ‘ronder’ en voller. Juist bij niet volledig rijpe druiven hebben we vaak te veel appelzuur; zodoende. ook afgelopen jaren hebben we Malo toegepast overigens.

De overige druiven

We hebben dit jaar extra onze best gedaan de wijngaard onkruidvrij te maken. Dat was geen sinecure: na terugkomst van drie weken vakantie groeide het spul hier en daar zelfs de trossen in, zo hoog stond het. In de ‘paden’ direct langs de trossen wil dat nog wel door er tweemaal met de frees overheen te gaan. Maar ook tussen de stokken moest het echt weg. Dus de bosmaaier maar eens ter hand genomen; en dat ging an sich best goed. Maarrr.. nadat mijn mooie Stihl jaren geleden bij een insluiping gestolen werd moesten we het doen met een ratelende en trillende chinese kloon waarbij je het zweet al op de rug hebt staan voor je dat kreng gestart hebt.

Daarom nu toch maar geïnvesteerd in een professionele Husqvarna bosmaaier op accu. Kost een paar centen maar WAT  een genot is dat! Veel lichter en stiller en nog sterker ook! Ik kan het de meelezende wijngaardeniers van harte aanbevelen!

En ondertussen ligt de wijngaard er strakker bij dan ooit in deze tijd van het jaar:

Overigens is die onkruidverwijdering niet zozeer van belang omdat het er dan mooier uit ziet (wat beslist waar is). Het gaat er vooral om de schuilplekken voor de suzuki fruitvlieg maximaal te beperken. En dat vochtige hoge onkruid vindt hij heerlijk. Want inderdaad: we hebben ook dit jaar met dat pokkebeest te maken, met name bij de Cabernet Cortis, en vooral aan de zuidzijde van de wijngaard (nabij de houtwal dus – die ik komende winter qua lage begroeiing ga aanpakken).

Normale fruitvliegjes leggen hun eitjes alleen in overrijp en rottend fruit. Dit kreng doet het ook in nog niet rijpe vruchten; leidend tot zogenaamde ‘azijnsteek’. Vorig jaar hebben we om die reden de Cortis geforceerd vroeg moeten oogsten. Gevolg van die (te) vroege oogst is dat er uiteindelijk in de wijn teveel methoxypyrazines in zitten; leidend tot een paprikasmaak (typisch bij onrijpe Cabernet – HIER een verschrikkelijk ingewikkeld verhaal daarover). De rode Cortis van vorig jaar (die nog in het vat zit) heeft daar stevig last van; bij de rosé is het amper merkbaar.

Dus ja.. wat moet je: te vroeg oogsten en weten dat je een smaakafwijking krijgt waaraan je weinig kunt doen. Of maar afwachten en zien wat er overblijft. Dit jaar kiezen we voor het laatste en hopen dat de regen de seksuele driften van de vliegjes wat tempert (want daar lijkt het wel op).

En dan hebben we, net als bij de Solaris, bij alle rassen ook nog te maken met zwartrot. Vooral Johanniter heeft er last van, daarna Cortis. De andere twee wel een beetje maar vooralsnog marginaal. Ik verwacht dat dat zich niet al te sterk zal ontwikkelen.

Maar tsja.. na al dat gesomber toch even goed nieuws: Vooral de Gris en de Cabertin staan er verder prachtig bij. Kijk eens wat een mooie trossen aan de Souvignier Gris:

En ook de Cabertin ziet er veel belovend uit. Daar hadden we vorig jaar maar iets van 60 kg. van; dat gaat dit jaar minimaal het dubbele zijn, ondanks de vorstschade.

Meten is weten

En nu zitten we in de ‘meten is weten’ fase. Om de zoveel dagen het suiker en zuurgehalte meten. Suiker meten we met een refractometer; soort van kleine verrekijker waar je een druppel sap in doet. Zuur meten we door aan een meetbuisje al druppelend blauwloog toe te voegen en te wachten op het kleur-omslagpunt:

    

Op het moment dat het sap groen/blauw kleurt heb je het omslagpunt bereikt en kun je de zuurwaarde aflezen.

Teveel zuur duidt op onrijp, maar is niet per se erg: we weten inmiddels goed hoe we met dubbelzout het zuurgehalte terug kunnen brengen. Maar het gaat (bij blauwe druiven) ook om de ‘fenolische rijpheid’. Te zien aan kenmerken als de kleur van de pitjes en steeltjes en hoe ‘bitter’ de smaak van vruchtvlees en pitten is als je er op kauwt. Ook de mate waarin de pitten nog aan het vruchtvlees zitten en of de bes makkelijk loslaat van het steeltje vormen een indicatie.

In Zuidelijkere landen is de kans groot dat je te weinig zuur hebt, en dat gaat ten koste van de wijn. Dat risico is bij ons gering; zodoende is voor ons het suikergehalte toch de belangrijkste graadmeter. Ons streven is te oogsten bij minimaal 80 Oe. Dat lukt lang niet altijd; en dan zul je dus moeten aansuikeren.

Afgelopen week gingen de blauwe vrienden (de Cortis en Cabertin) in vier dagen van ca 75 Oe naar 77 Oe suikergehalte. Heel langzaam klimmend dus, de oogst nabij. Zojuist (19 sept) echter opnieuw gemeten en we komen nu op 74 Oe. Een daling!! Hoe kan dat!??

Heel simpel: afgelopen dagen was het regen-regen-regen. En dat water wordt opgezogen en belandt ook in de druif. Die groeit ervan (hiephoi: hogere opbrengst) maar de concentratie wordt minder (jammer dan: mindere kwaliteit).

Dusss… je wilt liefst niet alleen mooi weer tijdens de oogst (dat maakt het zóóó veel gezelliger) maar ook de dagen ervoor.

Het goede nieuws:

Dat ziet er GOED uit!!!

Zoals ik het nu inschat verwacht ik 90% kans dat we op 30 september de blauwe vrienden gaan oogsten. Bovendien schat ik 40% kans dat we meteen ook de Gris en Johan mee nemen. En als dát zo is wordt het echt een heel druk weekend waarbij we wat extra handjes (die sowieso altijd welkom zijn) goed kunnen gebruiken.

Mocht je zin en tijd hebben: laat graag weten via 06-11649313 of mail me even.

 

Stand van zaken juli: de zwartrot is terug..

2017 wordt weer een heel spannend wijnjaar.

De vorst is gelukkig inmiddels achter de rug. Ondanks het nachtelijke sproeiwerk heeft die toch de nodige schade veroorzaakt, vooral aan de Johanniter en Solaris, waarvan de meeste liggers bevroren zijn. Levert naar schatting ergens tussen de 20 en 50% verlies… Gelukkig hebben de drie andere rassen er minder last van; zoals de hierboven getoond souvignier gris.

Ondanks de vele nattigheid van de afgelopen weken hebben we de meest gangbare schimmels (meeldauw en valse meeldauw) aardig onder controle weten te houden. Helaas echter steekt er nu, net als vorig jaar, weer een veel gevaarlijker schimmel de kop op: zwartrot…

De mate van infectie is vooralsnog beperkt, maar het risico is dat het zich in hoog tempo verspreidt naar andere bessen cq trossen.

Dit is het effect dat je NIET wilt:

De tros aan de stok ernaast ziet er zo uit, bijna helemaal gaaf dus:

Maar als je goed kijkt zie je ook daar enkele bruine jongens c.q. half verkleurde bessen, en da’s waar het begint. Door gericht te spuiten met Zwavel en wellicht nog wat ondersteunende middelen hopen we die uitbreiding nu tegen te houden. Dan krijg je dit effect:

De aangetaste bessen drogen uit en verschrompelen, de rest blijft ok. Vorig jaar is ons dat, na aanvankelijke paniek, gelukt. Hopen dat dat dit jaar ook zo is.

Saillant verschil is dat het nu een maand eerder optreedt dan in 2016….

Wish us luck!!!

 

Wijnboer zijn is niet altijd romantisch!

Zoals verwacht: afgelopen nachten flinke nachtvorst. Omdat de knoppen inmiddels beginnen uit te lopen is het dus zeeeerrr gewenst ze te beschermen tegen bevriezing. Daartoe hadden we afgelopen weekend al met Frostect gespoten, maar ook de  sproeiers klaargezet.

Bedoeling is dat de sproeiers de knoppen voorzien van een laagje ijs; zolang dat maar blijft bevriezen zou de temperatuur daaronder op ongeveer o graden moeten blijven. Op de foto hierboven is het effect goed te zien.

De nacht van dinsdag op woensdag ging redelijk goed, maar wel bleken op een gegeven moment enkele van de sproeiers ‘vast te staan’ (dus niet meer rond te draaien. Om die reden alle afspraken van vandaag afgezegd, teneinde afgelopen nacht om de twee uur in de wijngaard te kunnen controleren.

En geloof me: héél erg lekker is het niet om midden in de nacht je bed uit te gaan en de donkere vrieskou in te wandelen; daarbij bovendien ook nog eens nu en dan letterlijk onder een koude douche te staan.

Helemaal goed is het niet gegaan: volgens de voorspellingen zou de vorst pas vanaf 2 uur intreden, maar bij het om 24.00 u inschakelen van de sproeiers bleken we al onder nul te zitten. Twee sproeiers gaven geen water… bij de één bleek de op de grond liggende dikke waterslang al dichtgevroren. Door meter voor meter te ‘kneden’ die weer open gekregen (yep, daar krijg je koude handen van..). Bij de ander was de sproeikop (op twee meter hoogte) reeds bevroren. Dus daar met de gas-onkruidbrander bij om ‘m weer op gang te krijgen….

Bij de laatste controle om 6.00 bleek één van de sproeiers niet meer rond te willen. Vermoedelijk waterdruk te laag door ijsafzetting in de slang (de enige sproeier met een wat dunnere slang, de rest is ‘duims’). Enfin; daar was op dat moment weinig meer aan te doen..

Of het de knoppen gered heeft is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen en zullen we de komende dagen moeten zien. Zeker is wel dat het mooie plaatjes opleverde; om 4.00 resp. 6.00 u.

 

Oogst 2016 zit in de fles!

Het zit er weer op, het zit er weer in! De oogst van 2016 is gebotteld (m.u.v. de rode, die nog minimaal een half jaar moet wachten..).

Gisteren zijn we reeds om 10.30 aan de drank gegaan. Bedoeling was immers op zaterdag en (paas)zondag te gaan bottelen. Maar dat moet je wel eerst bepalen wat je precies in de fles gaan doen. Wordt dat ‘mono-cepage’ of toch een blend van verschillende druivensoorten? Moet er wellicht nog wat ‘Suss-reserve’ (= puur druivensap) bij?

En dat was nog best lastig, getuige ook de foto’s van het blending-proces:

Je hoort het kraken, de twijfel spat van het scherm!

Vooral de uitdrukking van René verraadt enige twijfel over het zuurgehalte van de Johanniter:

Ondergetekende bleef in dat proces natuurlijk de rust zelve: Ach! dan doen we toch nog een beetje van dit bij!!

Al met al is de uitkomst van deze sessie dat de Souvignier Gris, Solaris en Cabertin Rosé zonder verdere manipulatie 1op1 de fles in gaan. Bij de Johanniter besluiten we echter toch 2% puur druivensap toe te voegen om de wijn iets ‘vriendelijker’ te maken.

Daarnaast hadden we in eerdere fase al een blend gemaakt van 50% Johanniter, 25% Gris en 25% Solaris; die hebben we onveranderd gebotteld.

Meest frappante was de Cabernet Cortis Rosé. Daarbij is tijdens het gistingsproces een fout ontstaan, leidend tot een soort van velpon-geur en -smaak. Aanvankelijk was de discussie of we die überhaupt zouden gaan bottelen. Maar we hebben het niet meteen door de gootsteen willen gooien en verschillende combinaties en verhoudingen geprobeerd. Uitkomst was een bijzondere combi, met toevoeging van 1,5% puur sap, 10% Solaris en 5% van de Rode Cabernet Cortis. Het resultaat mag er zijn, we denken dat het een heerlijk terrasrosé is en genoemde fout nagenoeg niet meer bespeurbaar!

Enfin, na een voedzame lunch was het tijd om te gaan bottelen, en dit is de opstelling daartoe:

Rechtsonder zie je de ‘bron’, veelal verdeeld over verschillende vaten/flessen. Die wordt door de pomp linksboven geleid door een filter geladen met steriel-platen en vervolgens naar het ‘verzamelvat’ middenboven. Vervolgens gaat, in een volgende stap de wijn via zwaartekracht naar ons nieuwe afvul-apparaatje (dat ding met de drie stangetjes). En dat ziet er dan zo uit:

En zo dan een kleine 400 flessen..

Die flessen komen natuurlijk niet uit de lucht vallen, maar worden één voor één uit de aanhanger geraapt:

En vervolgens gespoeld met sulfietwater (om te ontsmetten) en op de ‘flessenboom’ gezet (om uit te druipen):

Na het vullen moet er allicht ook nog een etiket op, da’s handig om te weten wat er in zit (zie ook verderop).

Het moge duidelijk zijn: het weer was even ‘iets frisser’ dan slechts een week eerder. Beetje fris en een straffe wind.

Maar toch kwamen de etiketten er keurig op…

Het hele proces verliep een stuk sneller dan verwacht. We hadden gerekend er twee dagen over te doen maar, ondanks dat we na alle voorbereidingen pas om 15.00 begonnen met het echte bottelen zat alles er om 21.00 in. De ‘zooi’ ruimen we morgen wel op:

De volgende dag gecapsuleerd en verzameld in de loods:

Maarrr.. wat doet die wasbenzine daar?

Zoals eerder gemeld: we hadden een briljante vondst om één etiket voor meerdere druivensoorten te kunnen gebruiken. Moet je natuurlijk wel zorgen dat je de rode stip bij de juiste druif zet; en dat je niet die twee rosé’s omwisselt.. 😉

Gelukkig is die rode stift met wasbenzine bijna helemaal weg te poetsen:

Enfin; paaszondag bracht nog een andere verrassing: er wordt komende dagen nachtvorst voorspeld. Terwijl de knoppen al aardig aan het uitlopen zijn:

Ondanks het erg wisselvallige weer daarom met Frostect gespoten (zie eerder bericht) en bovendien de sproeiers klaargezet en getest. Laat maar komen: we zijn klaar voor seizoen 2017!

Die vroege warmte, die is zeker goed voor de druiven?

Afgelopen weken enkele prachtige voorjaarsdagen gehad. Met zelfs de warmste 31 maart ooit! Heerlijk!

Het levert ook steevast de vraag op ‘da’s vast goed voor de druiven, toch?’.

Dat laatste is echter minder evident dan het lijkt. Als de druiven erg vroeg uitlopen dan is het risico op vorstschade immers ook groter. En vorst is misschien wel het allergrootste risico voor de Nederlandse wijnbouw.

Vooralsnog ziet het er voor de komende weken wel redelijk veilig uit, met een laagste temperatuur van 1 graad ’s nachts:

 

Maar tsjaa… de nacht hoeft maar net ietsje helderder uit te pakken dan verwacht en we zakken zo naar een niveau onder nul.

De knoppen en eerste uitloop kunnen nog wel iets hebben en zullen ons niet meteen in de steek laten maar het risico is er beslist wel. En al helemaal als de druiven in bloei staan (maar zover is het nog niet).

Hoe ver is het dan wel?

De foto hierboven is van de johanniter op 7 april 2017. Gevoelsmatig is dat dat een erg vroege uitloop, maarrrr… het lijkt erop dat dat meer gevoelsmatig is dan feit. De prent hieronder is namelijk van 17 april 2016; slechts tien dagen later (maar ook al verder uitgelopen).

In die zin lijkt het verschil nogal mee te vallen. De tafeldruif op de pergola (vlakbij het huis, meer beschut) is wel al wat verder, daar loopt het blad al uit.

Wat doe je ertegen?

Gelukkig hebben we vorig jaar geïnvesteerd in een flinke grondwaterpomp, waarmee we via zes grote sproeiers nagenoeg de hele wijngaard nat kunnen houden. Klinkt vreemd, maar bij het bevriezen van water komt er warmte vrij en dat kan net het verschil maken. Voortdurend sproeien gedurende de nacht zou tot circa -3 voldoende bescherming moeten bieden.

Daarnaast houden we dit jaar, voor het eerst, het middeltje Frostect (werkzamen stof: het eiwit Harpine) achter de hand. Doordat kort voor de vorst te sproeien zou je gedurende zes dagen extra bescherming moeten krijgen tot ca -4. Dit gebeurt door een reactie in de cellen; het niveau van mineralen wordt verhoogd waardoor de vorming van ijskristallen wordt voorkomen. FrosTect beschermt dus ‘van binnenuit’.

Daarnaast zal het middeltje de algemene weerstand tegen ondermeer schimmels versterken en stimuleert het de groei.

Hoe lang duurt de risico-periode?

Volgens de weerkundigen is het risico op nachtvorst na ijsheiligen (half mei) achter de rug. Meestal klopt dat wel, maar zeker niet altijd: in 2015 hadden we in de wijngaard in de nacht van 15 op 16 juni nog heftige nachtvorst. Op Vliegbasis Twente werd in die nacht -9,8 gemeten! De klimaat-extremen betreffen niet alleen warmterecords!

En als het dan toch mis gaat?

Als de knop danwel de ‘bloem’ toch bevroren raakt zul je daarop evident geen druiven gaan krijgen. Elke knop heeft echter een reserve-knop en die zal vervolgens alsnog gaan uitlopen. Echter: die nieuwe knop heeft dan een groeiachterstand van 2 a 3 weken en dat gaat het extra lastig maken de druiven goed af te laten rijpen. Bovendien levert dat ‘reserve oog’ vaak minder goede of zelfs helemaal geen vruchtzetting.

Bij de vorst in 2015 hebben we echter gemerkt dat alleen de knoppen op de ‘liggers’ bevroren waren. De knoppen op de kop van de plant (die wat later uitlopen) niet. Uiteindelijk leverde het absoluut flink opbrengstverlies maar minder ernstig dan aanvankelijk leek…

En als het wél goed gaat?

Dan zal het vroeger voorjaar mogelijk de afrijping iets vervroegen en da’s helemaal prima.

Maar, ofschoon vorst in de Nederlandse wijngaard het grootste risico is hebben we nog een lijstje ‘overige bedreigingen’:

  • echte en valse meeldauw
  • zwartrot
  • botrytis
  • wespen
  • suzuki fruitvlieg
  • hagel

Vooral de wespen baren ons reeds nu wat zorgen: er vliegen verdacht veel Koninginnen rond. Waren er vorig jaar amper wespen, dit jaar zal dat vermoedelijk omgekeerd zijn. En da’s vooral voor de Solaris potentieel slecht nieuws.

Enfin, het is elk jaar weer spannend.

 

Voorbereidingen voor het bottelen…

Vandaag wederom een ‘diepte-investering’ in de wijngaard; meer in het bijzonder: het bottel-proces.

Tot dusverre deden we dat met één vulpijpje; prima te doen maar erg traag. Eigenlijk té traag voor als je honderden flessen wilt vullen.

Gelukkig kwamen we bij vitisvino een handig apparaatje tegen; en in de video zie je hoe dat werkt:

Ondertussen heeft Josine bovendien het etiket-ontwerp gefinaliseerd. Voor het eerst laten we de etiketten drukken (in plaats van zelf printen). Dat drukken is relatief kostbaar bij geringe oplage en gezien de geringe oplage per wijnsoort heeft Josine een briljante oplossing gedacht om met één etiket toch de inhoud van alle soorten te kunnen verduidelijken. Zie hier het etiket voor 2016:

 

 

En ook de flessen staan klaar om, vermoedelijk, rond Pasen, gevuld te gaan worden!

 

Ons eerste eiken vat!

Kennelijk was de redacteur van deze site in winterslaap (ahem), want de laatste update is alweer een tijdje geleden.

Toch is niets minder waar en zijn we de afgelopen maanden wel degelijk druk geweest met de vinificatie van onze oogst van 2016. Laatste handeling bij de witte wijnen is dat we die vorig weekend toch nog maar een tikje extra ontzuurd hebben; strevend naar een zuurwaarde in de fles van zo’n 6 gram per liter. Da’s grofweg tussen de Franse en Duitse witte in. Voor de gemiddelde Nederlandse wijn aan de lage kant, maar wij zijn natuurlijk weer eigenwijs ;).

Aan die vinificatie is niet zo heel veel te zien. Zeker niet nu we weten dat we de handelingen vorig jaar niet helemaal goed deden, leidend tot de interessante prenten van de ‘latte macciato‘. Dat kwam uiteindelijk wel goed, maar het bezinken vroeg erg veel tijd. De truc zit ‘m er in dat je de kalinat eerst in een kleine hoeveelheid wijn op moet lossen en pas dan toevoegen. Waarom dat precies zo is is me niet duidelijk geworden maar het verschil in neerslagtijd is enorm. Dit jaar deden we het wel goed, met als nadeel dat het geen ‘komt dat ooit nog goed’-plaatjes opleverde..

Voorlopig hebben we bijna alles nog als ‘mono-cepage’ in het vat (één druivensoort per vat) maar we gaan nog wat experimenteren met blends van verschillende soorten. Heb tijdens het schrijven dezes een 50% johan, 25% solaris, 25% Souv gris in het glas en da’s he-le-maal niet verkeerd. En heel misschien gaan we ook nog wat doet met 1 a 2 % ‘süsreserve’ (= puur druivensap). We’ll see.

Frans eiken

Andere belangrijke ontwikkeling is dat we vandaag voor het eerst in ons wijnmakersbestaan een heus nieuw, licht ‘getoast’ Frans eiken vat hebben gevuld met 60 liter rood vocht (Cabernet Cortis).

Daar wil je wel in verdrinken 😉

overhevelen…. de zwaartekracht doet z’n werk..

De Cortis is op dit moment echt nog niet ‘lekker’ om te drinken. Iets te veel paprika in de neus en bovendien heul veul tannine (het plakt erg aan de tanden). Rode wijn als deze heeft dan ook een langere rijpingstijd nodig, en dat gaat bovendien gebeuren op nieuwe eikenhout. De micro-oxidatie in het vat draagt bij tot die rijping en het eiken zelf geeft niet alleen smaak af maar draagt ook bij aan afbouw van de tannines. Als gezegd: voor ons voor het eerst en daarmee toch wel weer spannend.

maagdelijk vaatje… in afwachting van wat komen gaat..

en even later een serieuze jongen, inclusief het onvermijdelijke morsen.. 60 liter Cabernet Cortis..

echt tot aan de rand toe vol, en dat moet zo blijven!

Het vat heeft een paar dagen buiten gestaan, gevuld met water om het hout voldoende te laten ‘zwellen’, maar bovendien met een redelijke concentratie Sulfiet en Citroenzuur om het vat geheel te ontsmetten. Zojuist is het vat gevuld. De wijn blijft er naar verwachting een half jaar in. Doordat het vat wat poreus is zullen we het geregeld een beetje moeten bijvullen; gelukkig hebben we voldoende reserve.

En ondertussen… druk bezig met voorbereiding van de botteling van wit en rosé, ergens in april/mei.

ik wilde altijd al een eigen glasbak, maar dit is toch niet helemaal wat ik daarmee bedoelde 😉

De flessen en kurken zijn inmiddels binnen; 400 stuks in totaal (en daarmee tweemaal meer dan ooit te tevoren). Capsules en etiketten moeten nog… En vervolgens wachten op een heerlijk zonnig en windstil weekend om al dat heerlijk vocht in de fles te stoppen….